Europese ziekenhuis-clowns steken neuzen bij elkaar
© Robbert Bos
(ex-CliniClown)
Vreemde vogels, rare snuiters - al die clowns. Maar
toch ook heel normale mensen. In steeds meer landen
steken ze de neus op, de Cliniclowns of hun
soortgenoten. Dat bleek weer tijdens het Eerste
Europese Clini Clowns Festival dat in juni plaatsvond
te Münster. Met een collega was ik van de partij.
Evenals zo’n 60 buitenlandse ziekenhuis-clowns.
De naam
“Cliniclowns” raakt in Nederland zo
langzamerhand goed ingeburgerd. Maar in het buitenland
is die naam nog lang niet overal bekend. Dat komt
ondere andere omdat men daar ook andere namen hanteert.
In Münster kwamen we Clinic-Clowns tegen (met twee
c’s in het midden), maar ook Clown Doktoren,
MediClowns, Ziekenhuisclowns, Rote Nasen, Clown Care
Unit Clowndoctors, Clown Sprechstunde, Le Rire de
Médicin, Néz à Néz.
Hoe al die clowns ook heten: ze werken wel allemaal
voor zieke kinderen in ziekenhuizen. Al kwamen we er
snel achter dat de organisatorische en
werkomstandigheden enorm kunnen verschillen.
Gelukkige
situatie
Om te kunnen vergelijken, eerst een schets van de
Nederlandse situatie. Hier werkt een stevige landelijke
organisatie: de Stichting Cliniclowns Nederland. Een
centraal kantoor coördineert en administreert alle
activiteiten van en voor de clowns.
Door de enorme ondersteuning van donateurs en sponsors
is er in vijf jaar een flink kapitaal gegroeid.
Daardoor kan de stichting professionele Cliniclowns
betalen (in part-time dienstverband of als
freelancers), en hen plaatsen in diverse ziekenhuizen.
Die ziekenhuizen hoeven daarvoor zelf niets te betalen.
In de nabije toekomst wil de stichting flink
uitbreiden: meer clowns laten werken op meer plekken.
De zaken staan er goed voor. Er is veel goodwill, en
een degelijke financiële basis voor de toekomst. Dat is
te danken aan de enorme inzet van voorgaande en huidige
bestuurders, directie, secretariaat, clowns,
vrijwilligers, sponsors en donateurs.
Kortom: als we over de grenzen kijken, blijkt de
situatie in de Lage Landen best op een hoog niveau te
functioneren.
Nachtwaker
In Duitsland bijvoorbeeld ontbreekt een landelijke
organisatie van ziekenhuis clowns. Wel zijn er vele
plaatselijke en regionale initiatieven. Enkele hebben
de fondsenwerving goed voor elkaar en werken met
professionele clowns.
Op andere plekken snakken de clowns ernaar om over te
stappen van vrijwilligers- naar professioneel werk.
Maar voor sommigen is het nog lang niet zo ver. Zo
zaten we met onze oren te klapperen, toen een Duitse
vrouw vertelde hoe ze betaald werd. Ze werkt als clown,
maar is officieel in dienst als part-time
schoonmaakster en nachtwaker…
Onze zuiderburen, de Belgen, werken professioneel, maar
hun landelijke organisatie is uiteengevallen in een
aantal kleinere groepen. Sommige organisaties, zoals de
Franse Néz à Néz, zitten echt in de financiële
problemen en moeten zelfs door geldgebrek hun werk
staken. Treurnis in kinder- en clowns-land dus.
Erfenis
In Zwitserland lijkt alles te lopen als de
spreekwoordelijke Zwitserse trein of klok. Een
vriendelijke Nederlander zwaait er zowaar de scepter.
Zijn “Fondation Theodora” is opgezet op
basis van een enorme erfenis. In 21 ziekenhuizen werken
de Theodora-clowns nu. De organisatie startte zelfs
projecten in andere landen: Brazilië, Londen, Hong
Kong, Italië, Zuid-Afrika en Wit-Rusland.
Ook de Oostenrijkers hebben elders een clowns project
opgezet: in Hongarije. De Nederlandse organisatie heeft
een paar keer adviezen gegeven aan mensen die in het
buitenland iets dergelijks wilden opzetten. Misschien
is er in de toekomst nog meer mogelijk buiten onze
eigen landsgrenzen…
Winnaars
In Nederland werken er nu (in 1998) 16 clowns. En de
fondsenwerving gaat eigenlijk “vanzelf”.
Dat wil zeggen dat de Nederlandse sponsors en donateurs
enorm veel acties zèlf organiseren, op eigen
initiatief.
Op de meeste andere plekken gaat dat heel anders. Neem
Oostenrijk. Maar liefst 45 clowns werken daar bij de
“Rote Nasen”. Hun directrice komt uit de
marketingwereld, en leidt er heel professioneel en
actief de fondsenwerving. Zo goed, dat de Rote Nasen
onlangs een prijs wonnen voor het beste Europese
fondsenwervingsproject.
Groeistuipen
Organisatorisch kampt de Nederlandse stichting - net
als alle buitenlandse organisaties - af en toe met
groeistuipen. Wat logisch is, gezien de razendsnelle
groei in de afgelopen jaren. Onlangs heeft een
organisatie-adviesbureau de stichting doorgelicht, en
op allerlei fronten werken de betrokkenen aan
verbeteringen.
Clowns naar school
De Nederlandse vereisten voor nieuwe Cliniclowns zijn
vrij hoog. Ze moeten liefst vijf jaar ervaring hebben
als clown, goed kunnen improviseren en communiceren, en
nog aan allerlei andere eisen voldoen. Daardoor is het
vrij moeilijk om aan nieuwe Cliniclowns te komen.
Dat probleem blijkt universeel te zijn: Belgische,
Duitse en Oostenrijkse organisaties kampen er ook mee.
Om toch aan voldoende geschikte Cliniclowns te komen,
start de Nederlandse stichting binnenkort met een
intensieve training voor toekomstige Cliniclowns. Wat
dat betreft kunnen we vast wel wat leren in het
buitenland.
De Zwitsers bijvoorbeeld hebben al een poosje een eigen
clownsopleiding. Die duurt een half jaar, gebeurt in
nauwe samenwerking met een opleiding voor
verpleegkundigen. En, met typisch Zwitserse zorg voor
detail, er is o.a. een kleermaker beschikbaar voor het
maken van clownskostuums.
Clowns-kwaliteit
Om hun kwaliteit(en) verder te ontwikkelen, moeten de
Nederlandse Cliniclowns vier à vijf keer per jaar
gezamenlijke trainingen volgen. Meestal van een dag of
een weekend, en soms zelfs een week.
In Oostenrijk gaan ze nog wat verder. Naast de
basistrainingen kunnen de clowns nog andere
vaktrainingen volgen. De “Rote Nasen” gaan
er vanuit dat niet alle clowns precies hetzelfde hoeven
te kunnen en ontwikkelen. Ze kunnen - naast de
groepstrainingen - ook individueel trainingen volgen en
vergoed krijgen.
Voor de kwaliteitsbewaking heeft de Franse “Le
Rire de Médicin” zelfs een “ethische code
voor clowns” op papier gezet, die weer is
overgenomen door de grootste Duitse groep. Het is een
soort beginselverklaring, die elke clown moet
ondertekenen.
Niet
in je alleentje
In Nederland werken de Cliniclowns steeds in
duo’s. Een vast tweetal werkt in een vast
ziekenhuis. Tenminste: als er niet eentje op vakantie
is, of ziek. Want dan moet de ander in z’n eentje
spelen. In Nederland zijn er gewoon niet genoeg
Cliniclowns om in te vallen.
Een keertje alleen spelen is meestal geen probleem, al
vindt haast iedereen (clowns, kinderen,
ziekenhuispersoneel) het leuker als ze met z’n
tweetjes zijn. Maar langdurig in je eentje spelen, is
zwaar. In Münster bleken clowns uit àlle landen dat te
verzuchten.
Volgens de Frans/Duitse “ethische code”
mogen de clowns helemaal niet in hun alleentje in het
ziekenhuis spelen. Om solo-werk, èn clowns-stress en
burn-out te voorkomen, namen de Oostenrijkers speciale
maatregelen.
Daar zijn niet twee, maar drie clowns verantwoordelijk
voor een ziekenhuis. Dus al spelen er steeds maar twee
tegelijk, er is altijd een reserve, die het ziekenhuis
ook goed kent. Bovendien rouleren de clowns af en toe
van ziekenhuis. Dat komt hun flexibiliteit en
inspiratie ten goede.
Voorlichting
De voorlichting gebeurt in Nederland door diverse
mensen. De directie en kantoormedewerkers weten alles
over mogelijke acties, sponsoring, en dergelijke. Een
enkele keer is er een Cliniclown beschikbaar voor
interviews, voorlichting of acties. En een groot deel
van de voorlichting is in handen van vrijwilligers.
Deze “ambassadeurs” zijn getraind en
beschikbaar om informatie te verschaffen voor scholen,
verenigingen, bedrijven en dergelijke. Een vrijwilliger
creëerde een Internet-site. En ook het maken van
voorlichtingspublicaties als Cliniclowns Nieuws en
Cliniclowns Koerier is grotendeels in handen van
vrijwillige medewerkers en enkele clowns.
Traktatie
of integratie?
Hoe vaak komen de clowns in een ziekenhuis? In
Nederland gebeurt dat vrijwel overal één maal per week.
Op enkele plekken twee keer per week, maar dan op
verschillende afdelingen.
Enkele ziekenhuizen willen graag Cliniclowns, maar dan
een keer per maand, wat de stichting tot nu toe te
weinig vond. Het uitgangspunt tot nu toe was: eens per
week dan weten de kinderen waar ze aan toe zijn, en kun
je een band opbouwen met de kinderen die langdurig in
het ziekenhuis verblijven.
De Amerikanen doen het anders. Michael Christensen,
oprichter van het eerste uur, meldt: als je één dagdeel
per week in het ziekenhuis komt, ben je een soort
traktatie voor het ziekenhuis. Kom je er minstens twee
dagdelen, dan pas worden de clowns echt een integraal
onderdeel van het ziekenhuis. Daarom spelen de
Amerikaanse Cliniclowns drie tot vijf dagen per week.
Al komen ze niet elke dag bij alle kinderen.
Europese samenwerking
Dit festival was de eerste grootschalige internationale
manifestatie van Cliniclowns. Maar in Europees verband
werkte men al eerder samen. In 1996 sponsorde de
Europese Unie een uitwisselingsproject. Duitse,
Oostenrijkse en Zwitserse Cliniclowns gingen bij elkaar
kijken, meelopen, in de leer.
Daarnaast hielden hun bestuurders, directieleden en
medewerkers gezamenlijke bijeenkomsten over
organisatie, sponsorwerving, clowns-ethiek, filosofie
en strategie.
Variatie
Tijdens dat soort uitwisselingen blijken ook de
verschillen. Verschillen tussen binnen- en buitenland,
tussen vroeger en nu.
De Hollandse Cliniclowns kiezen bewust voor de clown in
al zijn eenvoud, voor de clowns-figuur zelf, zonder
veel hulpmiddelen.
Eens was dat anders. Op videobanden van Nederlandse
televisie-uitzendingen uit de begintijd zie je nog
flink geschminkte clowns die karretjes met zich
meesjorden vol clowneske attributen en
muziekinstrumenten. Dat is er helemaal af.
Uit eigen ervaring: toen ik net begon als Cliniclown,
had ik houvast nodig. Schmink op m’n gezicht, een
schoudertas met frutsels, en zakken vol dingetjes die
ik misschien zou kunnen gebruiken. Daar is niets meer
van over. Vreemde kleding en een clownsneus zijn
voldoende om me herkenbaar te maken als clown, terwijl
de kinderen kunnen zien dat we toch wel degelijk mènsen
zijn (en geen onherkenbare wezens van een andere
planeet).
En verder speel je als clown met wat je tegenkomt op je
weg. Met de kinderen, de mensen en dingen rond hun bed,
de deur van hun kamer, je clownsmaatje, en je eigen
rariteiten.
Ook hebben we ervoor gekozen om niet bij medische
handelingen (prikken, controles, operaties, e.d.)
aanwezig te zijn, zodat het kind ons niet associëert
met angst, pijn, problemen. We hebben geen
therapeutische taak, en zien er ook niet als
ziekenhuismensen uit.
Dit gaat op voor al mijn Nederlandse clowns
collega’s. Maar niet voor iedereen in het
buitenland. Er blijken grote verschillen te zijn in
werkwijze. Een Oostenrijks verslag van het EU-project
meldt:
“De Fransen werken veel met fluiten, triangels,
dans en poëzie. De Duitsers wisselen tussen zachte
invoeling en dwaze slapstick. De Oostenrijkers hadden
veel daadkracht en fantasierijke improvisaties.”
De Amerikanen maken muziek op speciaal vervaardigde
ziekenhuisinstrumenten (een spuit als fluit
bijvoorbeeld). Zij parodiëren ook vaak expres het
medische personeel, van verpleegkundige tot chirurg.
Op enkele plekken lopen de clowns rond als
“clownsdoktoren”, in witte jassen met
vermelding van bijvoorbeeld “Dr. Spock” op
de rug. Sommige groepen werken veel met schmink,
ballonnen, goocheltrucs, zeepbellen, muziekinstrumenten
e.d..
De Vlaamse clowns melden dat ze wèl vaak bij medische
handelingen aanwezig zijn (in tegenstelling tot de
Nederlandse clini clowns).
Overeenkomsten
Naast dat soort verschillen, ontdekten de aanwezigen
ook veel overeenkomsten. Overal leven dit soort vragen:
“Hoe kunnen we de samenwerking met het
ziekenhuispersoneel intensiveren?”
“Hoe verwerken we lijden, verdriet en
dood?”
“Hoe behouden en ontwikkelen we als clowns onze
artistieke frisheid en levendigheid?”
Nederlandse
rol
Diverse buitenlandse aanwezigen spraken de hoop uit,
dat de Nederlandse organisatie een internationale rol
wil gaan spelen. Dit vanwege de ons toebedachte
taalvaardigheid, financiële situatie en faciliteiten.
Er blijkt bijvoorbeeld veel behoefte te zijn aan een
internationaal informatiecentrum voor ziekenhuisclowns.
Zodat alle informatie op één adres beschikbaar is.
Zoals adressen, brochures, trainingsmogelijkheden,
vakliteratuur, videotheek, wetenschappelijke
onderzoeken, Engelstalige nieuwsbrief, internationale
Internet-site, enzovoorts.
Feest
Bij “clownsfestival” dacht ik vooral aan
één groot feest. Maar het was meer een serieuze
conferentie, een symposium. Iedereen had een enorme
behoefte aan kennismaken, bijpraten, ervaringen
uitwisselen.
De hoeveelheid informatie steeg me soms naar het hoofd.
Na twee dagen duizelde het ons helemaal, zoals het u
misschien wat duizelt na het lezen van al deze
informatie.
Als je - als clown in het ziekenhuis - eens vol zit van
alle indrukken, kun je in de hoek gaan staan om
nietszeggend te zwijgen. Of je speelt wat
mondharmonica. Doet absurde ochtendgymnastiek. Maar op
zo’n conferentie… Aan het einde liepen we,
ondanks alle inspiratie, vooral te gaap, gápen.
Maar speelse elementen mogen bij clowns natuurlijk niet
ontbreken, dus een feestavond rondde het geheel af. Een
beroemde circusclown toonde technisch perfecte en
hilarische acts, een cabaretier praatte alles aan
elkaar, en vele lachwekkende gebeurtenissen lieten je
weer ervaren hoe lekker je kunt slapen als je flink
hebt gelachen…
(Gepubliceerd in:
Cliniclowns Nieuws, herfst
1998)
