Clini Clowns anecdotes
© Robbert
Bos (ex-CliniClown)
Voelsprieten
Met al die
kinderen is het wel oppassen geblazen. Als je één keer
met je grote flapschoenen op een vingertje bent gestapt
van een klein meisje dat achter je over de grond
kruipt, ga je vanzelf op eieren lopen...
Soms leun je wel eens op een bedleuning, die dan
“prongeluk” gesloopt wordt als je omhoog
komt. Sta je daar dom met een bedleuning in je handen.
Wat moet je daarmee? In de prullenmand ermee?
Verstoppen achter het gordijn? Of gewoon het héle bed
slopen, zodat die ontbrekende leuning niet opvalt? De
kinderen vinden dat prachtig.
Tenzij ze bijvoorbeeld met het been in tractie liggen
(in een soort hijskraan). Dan mag je absoluut het bed
niet aanraken...
Als het goed is, krijg je geleidelijk aan alle kanten
oren, ogen en voelsprieten. Zodat je als clown uit je
dak kunt gaan, zonder iets kapot te maken.
Maar soms gaat er aan de andere kant tijdelijk iets
“kapot”, waar jij als clown behoorlijk van
in de war kunt raken.
Een voorbeeld: Ik kom in m'n eentje bij Mark. Opeens
begint hij te schreeuwen, wild met z'n ogen te rollen,
en ongecontroleerd met z'n armen te maaien.
Ik schrik me lam en verstar van binnen. Het flitst door
me heen: “Heb ik iets verkeerd gedaan? Hem laten
schrikken?” Mijn clownspersonage verdwijnt als
sneeuw voor de zon. Gewoon als Robbert (nou ja,
gewoon..?) besluit ik in overleg met z’n vader
maar weg te gaan.
Vlak daarna gebeurt er nog iets soortgelijks. Een
andere jongen zakt opeens in elkaar en valt bijna van
het bed af. Z'n moeder gilt. Ik stuif de zaal uit om
verpleegkundigen te halen. In beide gevallen sta ik
geschrokken op de gang. Het hart wild bonzend in m'n
keel. Gelukkig kan ik terecht bij een pedagogisch
medewerker of verpleegkundige, die vertelt dat het kwam
door de medicijnen.
Schrik alom, maar verder niets aan de hand. Gewoon weer
verder clownen.
