Verpleegsters omgetoverd tot ijsverkoopsters
© Robbert Bos
(ex-CliniClown)
Ik
wil dolgraag eens mee naar het ziekenhuis, om de
Cliniclowns in actie te zien. Kan dat?
Bij heel
veel donateurs en sponsors leeft die vraag. Maar het
zou een te grote inbreuk maken op de privé-situatie van
de kinderen. U ziet dan niet alleen de clowns, maar ook
de kinderen. Vaak in een niet al te rooskleurige
lichamelijke toestand, in hun “eigen”
kamer, al dan niet met familie of ander bezoek. Die
hebben echt geen behoefte aan (nog meer) vreemden om
zich heen.
Verder is
het contact tussen de Cliniclowns en de kinderen heel
persoonlijk, en dat willen we ook zo houden. Bovendien
zitten de kamers vaak helemaal vol (met bedden,
kinderen, bezoek), zodat er voor toeschouwers weinig
plaats is. En: gelooft u ons, een middagje meelopen in
het ziekenhuis is lichamelijk en emotioneel zwaarder
dan u denkt!
Dus het kan niet. Ondanks dat wilt u zich natuurlijk
een zo goed mogelijk beeld kunnen vormen over het werk.
Daarom publiceren we in de Cliniclowns Kroniek en het
Cliniclowns Nieuws regelmatig verhalen van de
Cliniclowns zelf. Zodat u toch een beetje in hun
flapschoenen meeloopt.
Wat moet een Cliniclown kunnen?
Allereerst
is hij een goede clown die een aantal jaren in het
clownsvak zit. Hij staat stevig in zijn clownsschoenen,
want wat er ook gebeurt, wat hij ook ziet, hoort, of
voelt in het ziekenhuis, hij moet clown blijven en zijn
rol niet verliezen.
Daarnaast
kan hij als clown vooral goed improviseren. Als speler
laat hij zijn spel vooral bepalen door wat het kind
aangeeft. Hij speelt met wat hij ter plekke aantreft.
Zonder houvast aan vooraf gerepeteerde acts,
toneeltekst, regisseur, e.d..
Hij kan heel subtiel en klein clownen: in heel kleine
ruimtes (van soms maar een paar vierkante meter), met
een minimaal gebruik van hulpmiddelen, en soms heel
stil.
Hij kan heel goed samenwerken, want Cliniclowns werken
vrijwel altijd met een vaste partner.
Hij kan uitstekend omgaan met kinderen, ze goed
aanvoelen en inschatten. Wat pedagogische ervaring
en/of inzicht is dus heel welkom. Hij kan maatjes met
hen worden. Het is essentieel dat hij zich op hen
afstemt, op hun nivo speelt en communiceert.
Hij gaat flexibel om met de (soms stressvolle)
situaties die hij in het ziekenhuis tegenkomt.
Wat medische ervaring is een pré, maar in elk geval
moet hij snel vertrouwd raken met ziekenhuissituatie,
en goed kunnen communiceren met de pedagogische en
verpleegkundige medewerkers.
Ten slotte moet hij open staan voor aanwijzingen en
tips van collega’s, coach, trainers,
ziekenhuispersoneel en ouders. En zich regelmatig laten
evalueren en bijscholen.
Weten
de Cliniclowns precies wat voor ziekten de kinderen
hebben?
Alleen voor
zover dat van belang is voor het clownsspel.
Bijvoorbeeld dat een kind niet goed ziet (dan spelen ze
dichtbij). Of dat het slecht hoort (dan dóen ze meer
dan ze praten). Of dat het net een operatie achter de
rug heeft, en nog erg duf is van de verdoving, of juist
overactief (dan doen ze heel rustig aan). Dat soort
dingen.
Wie
is "de baas" over de Cliniclowns? Aan wie zijn ze
verantwoording schuldig? En wat zijn hun bevoegdheden?
In de
ziekenhuizen zijn dat vooral de pedagogische
medewerksters (en soms een kinderpsychologe). Die
adviseren waar de clowns heen gaan, en ze helpen bij
eventuele problemen. Verder hebben de clowns natuurlijk
contact met verpleegkundigen. Bij de stichting is een
speciale persoon als “Hoofd Clownszaken”.
Zij zorgt voor begeleiding, beoordeling en training.
De
Cliniclowns verrichten nooit medische of therapeutische
handelingen, en zijn er ook niet bij als die gebeuren.
Zodat de kinderen hen niet associëren met vervelende
ingrepen.
Maar verder gaan de clownsbevoegdheden héél ver. Als ze
er zin in hebben, ontslaan de clowns gewoon het hele
ziekenhuispersoneel. Dan benoemen ze een kind tot
opperhoofd, toveren ze medische apparaten om tot
machines waar patat frites en mayonaise uitkomt, en
veranderen ze alle witjasmensen in ijsverkopers.
In
wat voor ziekenhuizen en bij wat voor kinderen
komen de Cliniclowns? En waarom komen ze niet bij ons
in het ziekenhuis?
De stichting
wil vooral dat de clowns komen bij kinderen met wie ze
echt over een langere periode een band kunnen opbouwen.
Dus vooral bij kinderen die ernstig of chronisch ziek
zijn, en langdurig in het ziekenhuis liggen of er vaak
terugkomen. Die kinderen vind je vooral in academische
en kinderziekenhuizen. Daarom komen die het eerst in
aanmerking.
Daarna de grote provinciale, en dan de andere
ziekenhuizen. In een heleboel ziekenhuizen komen de
Cliniclowns nog
niet. Dat
heeft te maken met de prioriteiten van de stichting, de
vraag vanuit het ziekenhuis, het aantal beschikbare
Cliniclowns, en financiële zaken.
Op dit moment (voorjaar 1999) werken de Cliniclowns in
tien ziekenhuizen. Hoogstwaarschijnlijk komen er dit
jaar nog vijf bij. In de toekomst breiden de
activiteiten van de Cliniclowns zich nog veel verder
uit.
Trekken
de Cliniclowns van ziekenhuis naar ziekenhuis? En
hoevaak komen de Cliniclowns in elk ziekenhuis?
In
pipo-achtige woonwagens trekken ze door het hele
land... Nee dus! De Cliniclowns komen elke week met een
vaste collega, op een vaste dag, op vaste afdelingen,
in een vast ziekenhuis. Zodat er een continuïteit
ontstaat, waar de kinderen op kunnen rekenen. Daardoor
kan er ook op lange termijn een goed contact ontstaan
tussen de kinderen, de clowns, en het
ziekenhuispersoneel.
Werken
de Cliniclowns altijd samen?
In principe
werken ze altijd met een vaste, vertrouwde partner.
Maar als die eens ziek is (Cliniclowns zijn ook maar
mensen), of op vakantie, moeten ze de klus ook in hun
eentje kunnen klaren. Een enkeling neemt dan een
knuffel mee tegen de zenuwen.
Hoe
weet ik zeker dat het geld van donateurs, sponsors e.d.
op de juiste plaats terecht komt?
Een
accountantsburo controleert de stichting, die
regelmatig in haar jaarverslagen financiële
verantwoording aflegt. Ook houdt het Centraal Bureau
Fondsenwerving toezicht op de financiën.
In de
woorden van de nieuwe directeur: “Als organisatie
moeten we ons nòg beter dan voorheen realiseren dat al
dat geld, goodwill en inzet van de mensen uiteindelijk
ten goede moet komen aan het zieke kind.” Dat is
en blijft een prioriteit binnen de stichting.
Gaan
de clowns zomaar overal naar binnen?
Ze banjeren
niet maar wat door het ziekenhuis om hier en daar naar
binnen te glippen. Vooraf krijgen ze van pedagogische
medewerkers of verpleegkundigen te horen waar ze heen
kunnen. Ze mogen lang niet elke kamer in.
Sommige kinderen zijn streng geïsoleerd: dan mogen de
clowns alleen voor het raam spelen, of pas naar binnen
als ze eerst hun handen ontsmetten en een speciale
ziekenhuisjas aantrekken.
Altijd
controleren de clowns of ze echt welkom zijn bij het
kind. Want misschien heeft het geen zin of is het te
moe of angstig. Misschien wil het liever slapen,
computeren, telefoneren, lezen, of spelen. De clowns
respecteren dat en komen dan niet.
Soms proberen ze dan om tòch wat aandacht te trekken.
Door op een dwaze manier met elkaar te spelen.
Voorzichtig, veilig en op afstand. Reageert het kind
positief, dan komen ze alsnog binnen. Zo niet, dan gaan
ze verder.
Sommige kinderen zeggen dat ze zichzelf te groot vinden
voor clowns, maar vinden het stiekem toch wel leuk. Het
is de kunst om dat soort dingen snel door te hebben en
er goed mee om te gaan.
Af en toe
gebeurt het dat de clowns - ook al zijn ze welkom -
onmogelijk binnen kunnen komen. Omdat ze er geen idee
van hebben hoe een deur werkt...
*
Als u toch nog meer vragen en antwoorden wilt, bel of
schrijf dan naar de
Cliniclowns!
(Gepubliceerd in:
Cliniclowns
Kroniek, sep.1997, dec.1997, april 1998,
voorjaar 1999, Cliniclowns Nieuws)
